Wettelijke reserve & beschikbaar deel

Informatie over erven en nalatenschap

De informatie onder 'ERVEN EN NALATENSCHAP' valt onder de voorwaarden beschreven in de 'gebruiksovereenkomst'.
Voor gepersonaliseerd advies contacteert u, zonder verdere verplichtingen, een gespecialiseerd advocaat erfrecht in uw regio.

De wettelijke reserve en het beschikbare deel bij erfenis

Ons Belgisch erfrecht biedt geen absolute vrijheid voor het treffen van beschikkingen ten kosteloze titel, zoals schenkingen en testamenten. De wetgever heeft geoordeeld dat dit vrije beschikkingsrecht ten aanzien van een aantal personen beperkt moest worden. We noemen deze beperking de reserve of het voorbehouden deel. Het gaat om het gedeelte van de nalatenschap dat dwingend aan een bepaalde naaste bloedverwant moet toekomen.
Het is het gewaarborgde erfrecht. Deze erfgenaam noemen we ook de reservataire erfgenaam

Het Belgische erfrecht kent drie soorten reservataire erfgenamen:
a) de afstammelingen;
b) de ouders (bij gebrek aan afstammelingen);
c) de langstlevende echtgenoot/echtgenote.

Wat na de toekenning van de reserve overblijft, is het beschikbare deel. Daarover kan de schenker/testateur naar goeddunken beschikken bij schenking of bij testament.

In de parlementaire gangen zijn er op dit ogenblik fluisterende stemmen om de reserve van de ouders af te schaffen.

Om te kunnen uitmaken of men al dan niet de reserve of het beschik¬bare deel heeft overtroffen, zal op het ogenblik waarop de erflater sterft een fictieve massa van zijn vermogen moeten worden samengesteld. De samenstelling van die fictieve massa bestaat niet alleen uit de goederen die de overledene op het ogenblik van zijn dood bezat, maar ook uit de bezittingen die hij tijdens zijn leven heeft weggeschonken.

Bijgevolg moeten alle goederen die de erflater tijdens zijn leven bezat en die zijn vermogen zonder enige tegenprestatie hebben verlaten, opnieuw in rekening worden gebracht. Hieronder vallen alle schenkin¬gen, ongeacht de vorm waarin die zijn gebeurd. Voorts houdt men er ook geen rekening mee of de schenking al dan niet met vrijstelling van inbreng in natura gebeurde.

Nadat het actief van de overledene in kaart is gebracht, worden de volgende posten in min gebracht: de schulden van de overledene die op het ogenblik van het overlijden nog niet werden voldaan en de kosten die naar aanleiding van het overlijden zijn ontstaan (begrafeniskosten, inventariskosten...).

Zodra dit resultaat bekend is, kunt u vaststellen of de overledene al dan niet de erfrechtelijke reserve heeft aangetast. Is het beschikbare gedeelte overschreden (en is bijgevolg de reserve aangetast), dan kunnen de reservataire erfgenamen bij de rechtbank een vordering tot inkorting instellen om hun aangetaste deel in de reserve terug te krijgen.

We spreken van inkorting wanneer schenkingen of legaten het beschikbare deel overschrijden. Dit betekent immers dat de reservataire erfgenamen niet langer over hun volledige reserve kunnen beschikken. De inkorting gebeurt niet van rechtswege. Om hun reserve terug te krijgen, moeten de reservataire erfgenamen een vordering tot inkorting instellen.

De omvang van de reserve is afhankelijk van de hoedanigheid van de erfgenamen. We kunnen de volgende hypothesen onderscheiden.

HYPOTHESE 1: DE ERFLATER LAAT AFSTAMMELINGEN NA

De reserve en het beschikbare deel zijn afhankelijk van het aantal afstammelingen.

 

Reserve

Samen

Beschikbare deel

1 kind

1/2

 

1/2

2 kinderen

1/3

2/3

1/3

3 kinderen

1/4

3/4

1/4

4 kinderen en meer

 

3/4

1/4

Alle afstammelingen die tot de nalatenschap komen, zijn reservataire erfgenamen.

De kleinkin¬deren, die bij plaatsvervulling van hun ouders opkomen, worden voor de bereke¬ning van de reserve en het beschikbare deel slechts gerekend voor het kind waarvoor zij in de nalaten¬schap van de erflater de plaats innemen.

VOORBEELD - : Een eenvoudig voorbeeld verduidelijkt hoe die berekening gebeurt. Een weduwe heeft drie kinderen: Jan, Piet en Lies. Op het ogenblik dat de moeder komt te overlijden, is er nog 300.000 euro in cash te verdelen. Tijdens haar leven had zij al 300.000 euro in contanten aan een vriendin geschonken. De vraag die we ons hier moeten stellen, luidt: heeft de schenking aan haar vriendin de reserve van Jan, Piet en Lies aangetast? Als we het vermogen van de moeder fictief weer samenstellen, bedraagt het actief ervan 600.000 euro (300.000 euro bij overlijden + 300.000 euro geschonken tijdens haar leven). In die context bedraagt de reserve van de drie kinderen (Jan, Piet en Lies) elk 1/4. Met andere woorden: op het ogenblik van de nalatenschap moet elk van hen minstens 150.000 euro (1/4 van 600.000 euro) krijgen, wat hier niet het geval is. Op het ogenblik van het overlijden krijgt elk van de kinderen slechts 100.000 euro. De schenking van 300.000 euro aan de vriendin moet dan ook voor een bedrag van 150.000 euro worden ingekort, zodat aan het deel van elk kind 50.000 euro kan worden toegevoegd.

HYPOTHESE 2: DE ERFLATER LAAT OUDERS NA

De reserve van de ouders is subsidiair en komt pas in aanmerking als er geen afstammelingen tot de nalatenschap komen. Bovendien verliezen ze ook hun reserve indien de giften aan de wettelijk samenwonende of huwelijkspartner de gehele nalatenschap omvat.

Het beschikbare deel varieert, afhankelijk van het feit of er ouders (ascendenten) zijn in beide lijnen dan wel in één lijn.

A) er zijn ascendenten in beide lijnen: Het beschikbare deel is hier de helft (1/2). Elke ascendent heeft namelijk een reserve van één vierde (1/4).

B) er zijn ascendenten in één lijn: Het beschikbare deel is hier gelijk aan drie vierden (3/4). In elke lijn wordt de reserve van één vierde (1/4) toegekend aan de dichtstbijzijnde ascen¬dent.

VOORBEELD - : De erflater stelt een vzw aan tot algemeen le¬gataris. Hij laat na aan vader, grootvader en grootmoeder aan moeders zijde. Zijn moe¬der is al overleden. In dat geval gaat 1/4 naar de vaderlijke lijn. Dit deel komt dus toe aan de vader.

Een ander vierde gaat naar de moederlijke lijn en komt dus toe aan de groot¬vader en grootmoeder, ieder voor 1/2 of 1/8.

Als er bevoorrechte verwanten zijn in de zijlijn (broers en zusters), gaat de reserve uitsluitend naar de bevoorrechte ascendent (vader en moeder), die samen met broers en zusters tot de ab intestato-nalatenschap wordt geroepen. De verdere ascendenten worden door broers en zussen uitgescha¬keld.

HYPOTHESE 3: DE ERFLATER LAAT EEN ECHTGENOOT NA

Tweeledige reserve

De reserve van de langstlevende echtgenoot is tweeledig. Er is een algemene reserve, zijnde de helft (1/2) van het vruchtge¬bruik op al de goederen van de nalatenschap. Daarnaast is er een concrete reserve, waarbij de langstlevende in elk geval het bezit heeft over het gehele vrucht¬gebruik op de gezinswoning en de zich daarin bevindende huisraad (de zogenaamde preferentiële goederen). Het vruchtgebruik van de gezinswoning en de huisraad blijft steeds het minimum, zelfs als dit meer is dan de helft van de nalatenschap. Vormen de preferentiële goederen minder dan de helft van de nalatenschap, dan worden ze aangevuld met het vruchtgebruik van de andere goederen, tot de helft van de nalatenschap is bereikt.

Proportionele toerekening Indien de langstlevende in samenloop komt met de andere reservataire erfgenamen (bv. kinderen) en er legaten en schen¬kingen werden gedaan, dan wordt zijn/haar reserve proportioneel gedragen door de reserve en het beschikbare deel. Dit kan via de volgende tabel worden voorgesteld.

 

Reserve kind

Reserve LLE

Beschikbaar deel

1 kind

1/4 VE + 1/4 BE

1/2 VR

1/4 VE + 1/4 BE

2 kinderen

1/3 VE + 1/3 BE

1/2 VR

1/6 VE + 1/6 BE

3 kinderen

3/8 VE + 3/8 BE

1/2 VR

1/8 VE + 1/8 BE

VE = volle eigendom
BE = blote eigendom
VR = vruchtgebruik
LLE = langstlevende echtgenoot

Onterving

In tegenstelling tot de andere reservataire erfgenamen kan de langstleven¬de echtgenoot, onder bepaalde voorwaarden, toch worden onterfd. De langstlevende echtgenoot verliest dan zijn/haar reserve zonder dat de rechter hierover enige ap¬preciatie heeft. Opdat de langstlevende zou kunnen worden onterfd, moet aan volgende voorwaarden zijn voldaan:

1. de onterving moet in een testament worden uitgedrukt;
2. de echtgenoten moeten minstens zes maanden feitelijk gescheiden leven;
3. de echtgenoot die zijn huwelijkspartner wil onterven, moet hiertoe een gerechtelijke vordering hebben ingesteld tot het bekomen van een af¬zonderlijk verblijf;
4. de echtgenoten mogen na de gerechtelijke vordering niet opnieuw zijn gaan samenwonen.

Bron: Sterven en Erven - Auteur: Jos Ruysseveldt - ISBN: 9789491999086 – meer info

Vraag advies aan
een advocaat erfrecht

Advocaten erfrecht

Gespecialiseerde advocaten erfrecht verspreid over 15 kantoren in Vlaanderen & Brussel staan u bij met juridisch advies. Snel en discreet. Het contacteren van deze advocaten verplicht u verder tot niets.