Erfenisrechten - Successierechten

Informatie over erven en nalatenschap

De informatie onder 'ERVEN EN NALATENSCHAP' valt onder de voorwaarden beschreven in de 'gebruiksovereenkomst'.
Voor gepersonaliseerd advies contacteert u, zonder verdere verplichtingen, een gespecialiseerd advocaat erfrecht in uw regio.

Erfbelasting = Erfenisrechten = Successierechten = Erfrechten

Erfbelasting is sinds enige tijd de nieuwe naam voor de belasting die bij het grote publiek bekend staat als 'successierechten' 'erfenisrechten' of 'erfrechten'.

Vind hier meer over de tarieven van de erfbelasting in Vlaanderen. 

Bent u rijksinwoner of niet?

Het Wetboek van Successierechten en de Vlaamse Codex Fiscaliteit onderscheidt twee soorten belastingen: 

  1. het successierecht in de eigenlijke zin
  2. het recht van overgang. 

Het successierecht wordt gevestigd op het wereldvermogen van de rijksinwoner. Anders gezegd: door zijn overlijden is er een taxatie op al zijn goederen, in welke uithoek van de wereld die goederen zich ook bevinden. Bij het samenstellen van de belastbare basis worden wel de bestaande schulden op datum van overlijden in min gebracht.

Het recht van overgang is alleen van toepassing voor de niet-rijksinwoner. Hierbij is alleen een belasting verschuldigd op de onroerende goederen die in België zijn gelegen. In tegenstelling tot het successierecht wordt hier enkel rekening gehouden met de bestaande schulden op datum van overlijden en waarvan de aangevers kunnen aantonen dat deze schulden dienden tot de verkrijging of het behoud van het onroerend goed.

Het scharnier om beide belastingen te kunnen onderscheiden is te weten of de overledene (erflater) op het ogenblik van overlijden al dan niet Belgisch rijksinwoner was. Dit onderscheid is zeer belangrijk, want het bepaalt de verdere heffing.

Rijksinwoner of niet?

De rijksinwoner is hij/zij die, op het ogenblik van zijn overlijden, binnen het Rijk (België) zijn/haar domicilie of zetel van vermogen heeft gevestigd. Voor een niet-rijksinwoner bevindt het domicilie of de zetel van zijn vermogen zich in het buitenland. Bij het begrip domicilie denken we in de eerste plaats aan de plaats waar iemand in het bevolkingsregister is ingeschreven. In het burgerlijke recht spreken we van de 'woonplaats' of de plaats waar hij zijn rechten en plichten uitoefent. In het successierecht (de erfbelasting) ligt dat anders. Een domicilie is meer dan dat. Het is de werkelijke, effectieve, voortdurende en feitelijke woonplaats van de rijksinwoner. De wettelijke woonplaats is niet noodzakelijk het domicilie van de rijksinwoner. Om uit te maken of iemand rijksinwoner is of niet, moet de overheid zich dus volledig baseren op feitelijke en concrete gegevens. In het fiscaal recht spreken we eerder van werkelijk domicilie of fiscale woonplaats dan van wettelijk domicilie. Ook de zetel van zijn vermogen kan als criterium dienen. Het is de plaats van waaruit de overledene zijn goederen beheerde, zijn domus, zijn familie, het centrum van zijn bedrijvigheid, de zetel van zijn zaken en van zijn bezigheden. Dus niet de plaats waar de goederen van de overledene liggen is van belang, maar wel de plaats van waaruit de overledene die goederen als eigenaar beheerde of het toezicht op het beheer ervan uitoefende.

Hieruit kunnen we afleiden dat de nationaliteit van de overledene geen enkele rol speelt om uit te maken of de overledene al dan niet rijksinwoner is. Zo is een overledene van Turkse nationaliteit die een hele tijd effectief in België heeft gewoond en van hieruit zijn goederen heeft beheerd, een Belgische rijksinwoner. Een overledene van Belgische nationaliteit die om beroepsredenen met zijn gezin sinds jaren in Spanje woonde, is een niet-rijksinwoner.

Of iemand al dan niet rijksinwoner is, wordt beoordeeld op het ogenblik van het overlijden. De overledene verliest echter niet zijn hoedanigheid van rijksinwoner als hij op het moment dat hij sterft tijdelijk in het buitenland was wegens vakantie of om professionele redenen. Zo blijft de overledene van Belgische nationaliteit die om beroepsredenen voor een lange termijn in het buitenland was zijn hoedanigheid van rijksinwoner behouden als zijn familie in België blijft wonen en hij geregeld naar België komt. De beoordeling van de omstandigheden die het domicilie bepalen, behoort uitsluitend tot de bevoegdheid van de feitenrechter.

Ten slotte nog dit: er bestaan bijzondere regelingen voor de ambtenaren van Europese instellingen, leden van diplomatieke missies en consulaire posten (consuls en consulaire ambtenaren en bedienden) en voor leden van een krijgsmacht.

Volgens het successierecht (de erfbelasting) bestaan er drie manieren om eigendom te vererven (devolutie): door het wettelijke erfrecht, een testament en een contractuele erfstelling. Dat betekent dat de schenkingen in beginsel aan het successierecht (erfbelasting) ontsnappen: zij ondergaan desgevallend een schenkingsrecht (schenkbelasting).

Het is echter best mogelijk dat, met betrekking tot een en dezelfde nalatenschap, de verschillende regelingen van de wettelijke, testamentaire of contractuele devolutie van toepassing zijn. Dat zal het geval zijn wanneer iemand slechts over een bepaald gedeelte van zijn nalatenschap bij testament heeft beschikt, aangezien het overige dan wordt geërfd krachtens de wet. Denk aan de vader die bij testament aan zijn broer een woning legateert waarbij zijn enige dochter alle overige goederen van de nalatenschap bij wet zal vererven.

Heeft u een testament of niet?

Bij de wettelijke erfopvolging (andere vaak gebruikte begrippen zijn: de erfopvolging ab intestato of de erfopvolging bij versterf) heeft de erflater geen testament gemaakt. Bijgevolg zijn het de beginselen van het wettelijke erfrecht uit het Burgerlijk Wetboek die de erfopvolging volledig regelen (zie hoger). Alleen al door het openvallen van de nalatenschap heeft de administratie het recht om successierechten te heffen.

Er zijn ook successierechten (erfbelastingen) verschuldigd op de erfgoederen die krachtens een testament (uiterste wilsbeschikking) worden doorgegeven. Bijgevolg zijn alle legaten (de algemene, onder algemene en bijzondere titel) aan de belasting onderworpen. Voor een overzicht van de verschillende soorten testamenten en legaten verwijzen we naar het deel over successieplanning (zie verder).

Net zoals bij de wettelijke erfopvolging heeft de overdracht van de goederen van rechtswege plaats vanaf het ogenblik van het overlijden. Om de successiebelasting te heffen, moet de Staat dan ook niet bewijzen dat de legatarissen de nalaten- schap hebben aanvaard of de afgifte hebben gevraagd. Het zijn de legatarissen die, als ze zich aan de belasting willen onttrekken, moeten aantonen dat ze de legaten niet hebben aanvaard. Om echter tot een heffing volgens een testamentaire devolutie te kunnen komen, moet de fiscus , net zoals eenieder die er zich op beroept, bewijzen dat er een geldig testament bestaat waaruit deze devolutie volgt.

De testamentaire devolutie primeert op de wettelijke devolutie. De administratie gaat steeds na of er door de overledene geen testament werd gemaakt. Is er wel een testament, dan primeert dat uiteraard op het wettelijke erfrecht. Bijgevolg zullen de legatarissen die in het testament staan vermeld, worden getaxeerd.

Het successierecht is bij het openvallen van de nalatenschap onmiddellijk op- vorderbaar, ongeacht ofer nog formaliteiten (inbezitstelling, legaataflevering) moeten worden vervuld. Een legataris kan alleen maar aan een taxatie ontkomen als hij zijn legaat verwerpt. De verwerping mag er evenwel niet toe leiden dat een lager successierecht verschuldigd is door de uiteindelijke verkrijger, die van de verwerping geniet.

Er zijn ook rechten verschuldigd op de goederen van de nalatenschap die bij een contractuele erfstelling worden overgedragen. Door de contractuele erfstelling verkrijgt de langstlevende echtgenoot bij het overlijden van zijn/haar huwelijkspartner geheel of gedeeltelijk diens nalatenschap. De contractuele erfstelling of de schenking van toekomstige goederen is een beschikking waarbij in de regel de echtgenoot het geheel of een deel van de goederen die hij bij zijn overlijden zal nalaten, schenkt aan de andere huwelijkspartner.

Die beschikking is opmerkelijk, omdat zij alleen voor echtgenoten is toegelaten. In het huwelijkscontract kan de schenking gebeuren door een derde persoon (in het voordeel van de echtgenoten of van één van hen) of door één echtgenoot (aan de andere). Mocht die bijzondere schenking in het huwelijkscontract ontbreken, dan kunnen de echtgenoten elkaar nog begiftigen tijdens het huwelijk.

Voor de heffing van het successierecht (en bijgevolg ook het recht van overgang) worden bepaalde rechtshandelingen onder de levenden gelijkgesteld met overdrachten bij overlijden. De fiscale wetgever wil daarmee vermijden dat de erflater tijdens zijn leven zijn goederen overhevelt naar het patrimonium van degenen die hij als zijn erfopvolgers beschouwt, maar dan zonder belastingen te betalen of een registratierecht te kwijten dat lager is dan het successierecht dat normaal opeisbaar zou zijn geweest. Het gaat hier om goederen die op het ogenblik van het overlijden geen deel meer uitmaken van de nalatenschap, maar fiscaal toch fictief tot de nalatenschap worden gerekend. We noemen dit ook wel fictiebepalingen.

De volgende handelingen tijdens het leven behoren tot de zogenaamde fictiebepalingen en worden dus met successierechten (erfbelastingen) belast:

  • een schuldbekentenis in een testament.
  • de clausule langst leeft, al heeft in een huwelijkscontract, met de bedoeling de langstlevende echtgenoot te begunstigen in een gemeenschappelijk huwelijksstelsel.
  • alle nietgeregistreerde schenkingen binnen de drie jaar vóór het overlijden (zoals de hand-, bankgift en de buitenlandse akte)
  • de levensverzekering (beding ten behoeve van een derde)

In sommige situaties vertonen bepaalde verrichtingen het karakter van over- eenkomsten waartegenover geldelijke prestaties (contracten onder bezwarende titel) worden geplaatst. Door zich bovendien het vruchtgebruik of een ander levenslang recht voor te behouden, heeft de erflater zich een soort medezeggenschap in de goederen weten te bewaren, wat in de plaats komt van zijn eigenlijke eigendomsrecht. Zodra de erflater overlijdt, komt er ook een einde aan het levenslange recht waarop in beginsel geen successierechten verschuldigd zijn. Het is net dit soort transacties dat de fiscale wetgever argwanend bekijkt, aangezien de goederen hier op een fiscaalvriendelijke wijze in het vermogen van de verkrijger overgaan, terwijl ze eigenlijk in de nalatenschap van de overledene hadden moeten zitten.

Worden óók met een legaat gelijkgesteld:

  • de zgn. gesplitste aankoop van een woonhuis waarbij een vruchtgebruik wordt gevestigd op naam van de erflater (bv. ouder), en voor de blote eigendom op naam van een derde (bv. kind).
  • de loutere materiële inschrijving van effecten/geldbeleggingen, voor het vruchtgebruik op naam van de erflater/overledene, en voor de blote eigendom op naam van een derde. een bestaande onverdeeldheid tussen de erflater en een of meer van zijn erfgenamen, waaraan een einde wordt gesteld en waarbij aan de erflater, ter vergoeding van zijn eigendomsrechten in de onverdeelde boedel, een vruchtgebruik, een rente ofieder ander levenslang recht (recht van gebruik, recht van bewoning, recht op voeding en zorgen) wordt toegekend.
  • de verkoop door de erflater (bv. oom) van zijn effecten (of woonhuis) aan één van zijn erfgenamen (bv. nicht) waarbij hij zich een jaarlijkse rente (of vruchtgebruik) heeft voorbehouden.
Deze handelingen ontsnappen aan het successierecht (erfbelasting) als u kunt bewijzen dat ze geen bevoordeling verbergen. Zoiets mag u bewijzen via alle ge- wone rechtsmiddelen (getuigen en vermoedens inbegrepen), met uitzondering van de eed.

Bron: Sterven en Erven - Auteur: Jos Ruysseveldt - ISBN: 9789491999086 – meer info

Vraag advies aan
een advocaat erfrecht

Advocaten erfrecht

Gespecialiseerde advocaten erfrecht verspreid over 15 kantoren in Vlaanderen & Brussel staan u bij met juridisch advies. Snel en discreet. Het contacteren van deze advocaten verplicht u verder tot niets.

Sinds 1 januari 2015

Sinds 1 januari 2015 int het Vlaamse Gewest voortaan haar eigen successierecht (voortaan 'erfbelasting' genaamd) en bepaalde delen van het registratierecht, zoals het schenkingsrecht (voortaan 'schenkbelasting' genaamd). Deze nieuwe regeling werd ondergebracht in de Vlaamse Codex Fiscaliteit.

De zgn. materieelrechtelijke bepalingen (zoals tarieven, vrijstelling en verminderingen) zijn quasi ongewijzigd gebleven. Het zijn de procedurele aspecten (indiening aangifte, aanslagbiljet, inkohiering, bezwaar en de sancties, zoals boetes en belastingverhogingen) die grondig werden gewijzigd.

Hierbij kan worden opgemerkt dat de Brusselse en Waalse successierechten nog steeds door de federale overheid worden geïnd.